Dagboek
Dokters van de Wereld verzekert basisgezondsheidszorg
Beatrice Demol, maandag 27 september 2010 12:40Khyber Pakhtunkhwa – Dokters van de Wereld was reeds aanwezig in het Swabi district voor de overstromingen die Pakistan de afgelopen maanden zo zwaar getroffen heeft. Ze biedt er uitgebreide primaire gezondheidszorg aan ontheemde burgers die op de vlucht waren voor de interne conflicten in het land. De impact van de waterellende was rond de stad Chasadda heel groot, iets naar het Westen hebben twee waterlopen, de Kaboel en de Swat rivier er hun samenstroompunt. Er werd dan ook snel gekozen om in deze regio drie nieuwe mobiele klinieken op te richten waarvan er één ondertussen is overgegeven aan de overheid.
In Agra Payan werd een kleine bestaande dispensaire voorzien van 10 extra werkkrachten waar nu wekelijks 400 patiënten op consultatie komen. Alle medewerkers komen uit de streek om zo het vertrouwen te winnen van de plaatstelijke bevolking. Er wordt morele steun gegeven en aangezien vrouwen minder geneigd zijn om naar de grote stad te trekken voor medische verzorging wordt er zo professionele hulp aangeboden dicht bij de bevolking in het dorp.
De kinderen van Refhan Gul zijn in het ziekenhuis om geholpen te worden van diarree. Na een ramp als deze is toegang tot proper water voor de bevolking een groot probleem. Diarree en huidziektes zijn dan de meest voorkomende aandoeningen. Medecin du Monde probeert ze te behandelen met medicijnen van hoge kwaliteit die ingevoerd worden uit Europa en die de lokale geneesmiddelen overtreffen. Refhan Gul woont een eind verderop in het dorp. Zijn huis is vernield en de enkele muren die nog rechtstaan moeten worden afgebroken. In tegenstelling tot de bewoners in de zuidelijk provincies zoals Sindh zijn mensen in Khyber Pakhtunkhwa minder snel geneigd om in vluchtelingenkampen samen te hokken. De familiebanden zijn sterker en slachtoffers gaan liever bij familie of zetten een tijdelijke tent op de plek waar ooit hun huis stond. Zo ook Refhan die met zijn vrouw, zes kinderen en nog vier andere families op de binnekoer van hun woonst kamperen. Om de kost te verdienen werkt Refhan als dagloner op boerderijen maar aangezien deze vrijwel allemaal vernield zijn zal het moeilijk rondkomen worden.
In het vluchtelingenkamp Resalpur...
Beatrice Demol, donderdag 23 september 2010 09:38Shad Bibi is aan het koken in het vluchtelingenkamp Resalpur. In de verte kan ze haar lager gelegen huis zien in het dorp Wasilabed langs de ondertussen tot rust gekomen Kaboel rivier. Na de overstromingen heeft ze een tijdelijk onderkomen gevonden in één van de vele tentenkampen. Ze is ondertussen al gaan kijken naar haar woning dat volledig vernield is.
Rijst staat op het menu. Ze heeft vijf kinderen te voeden en kan dankzij een keukenkit die Caritas aan 600 families in dit en nog 2 omliggende kampen heeft uitgedeeld eten maken. De keukenkits zijn onderdeel van een pakket ‘non-food items’, die bestaan uit essentiele artikelen zoals een bedset, een hygiënekit (zeep, waterzuiveringstabletten, tandpasta , ...) en keukengerief. Ze moeten een familie door deze moeilijke tijden helpen. Shad Bibi hoopt terug te kunnen keren naar haar dorp maar heeft nu niet de financiële middelen om haar huis terug op te bouwen.
In Resalpur zitten momenteel 230 families in tenten. Unicef heeft er latrines en een waterinstallatie geïnstalleerd om de hygiënische omstandigheden te verbeteren.
Lege Grand Trunk Road
Beatrice Demol, vrijdag 17 september 2010 08:43In Pirpiai, een klein dorp langs de ‘Grand Trunk Road’ - één van de oudste en langste wegen van Zuid-Azie- staat geen enkel huis meer overeind. Met de twee omliggende dorpen samen zijn er 5000 families dakloos geworden. De dorpen liggen naast de Kaboel rivier, een rivier die zijn water heeft uit de bergen van Afghanistan en ter hoogte van fort Attock de Indus voedt.
Veel van de inwoners in Pirpiai gelegen in de Khyber Pakhtunhwha provincie zijn Afghanen die al meer dan tien jaar geleden hun land hadden ontvlucht voor de vele oorlogen en in Pakistan een nieuw leven hebben opgebouwd. ‘Het water kwam hier zeer snel tot wel 6 meter hoog’ vertelt Ismael die samen met zijn broers puin aan het ruimen is. Zelfs de hoger gelegen Trunk Road stond de eerste weken volledig onder water. Nu het water weggetrokken is is de schade niet te overzien. Geen huis dat nog recht staat. De dorpelingen zijn naar Peshawar getrokken, anderen zitten bij familie of in één van de vele vluchtelingenkampen die zijn opgetrokken langs de kant van de weg. Pakistaanse slachtoffers van de overstroming mogen hopen op een financiële tussenkomst van de regering om hun huizen terug op te bouwen maar mensen zoals Ismael die van Afghaanse afkomst is kunnen niet genieten van zo’n hulp.
Het modelkamp...
Beatrice Demol, donderdag 16 september 2010 12:46Voila, we hebben het gevonden. Het modelkamp. Op het moment dat ik het schrijf, vind ik het vreselijk. Kan dat, een modelkamp? Maar de voorbije twee weken hebben we zoveel erge dingen gezien. Zoveel mensen opeengepakt op modderige terreinen. Anderen, ronddwalend over de wegen. Sommigen die, totaal onwetend, op de oevers van rivieren zitten en hopen met hun handen een vis te kunnen vangen. Duizenden. Honderdduizenden. En je moet dat eigenlijk vermenigvuldigen met tien of met honderd. Soms tot vijftig mensen in een tent voor tien. Soms op de nog doorweekte velden om ervoor te zorgen dat de enige koe die gered is, kan overleven. Soms op tombes, te midden de doden. Hier, op het terrein van de High School van Muzzafargahr delen 55 families 35 tenten. Dat is natuurlijk nog niet bepaald een luxecamping, maar wel wat alle kampen zouden moeten voorzien. Het minimum.
Unicef en haar partner Buniad Foundation die samen ontwikkelingsprogramma's opzetten in de regio (onderwijs, alfabetisering, gezondheid en bevolkingsparticipatie), hebben een 'schok'-groep opgezet om de ruimte en de veel te lange dagen te vullen. Bilal Sarwar, verantwoordelijke van het programma hier voor Buiad Foundation, heeft hier het concept voor ontwikkelingssamenwerking opnieuw opgebouwd. "Eerst hebben we het meest dringende aangepakt. Water, dan sanitair, toiletten en hygiënekits. Daarna is er geprobeerd om een omgeving op te bouwen die zo sterk mogelijk lijkt op het normale leven. De kinderen gaan naar school, de ouders zijn bezig met zelf koken en nemen deel aan allerhande activiteiten. Ze krijgen meer info over hygiëne. Ze krijgen hulp om opnieuw een officiële identiteit te krijgen, want vaak hebben ze al hun papieren verloren tijdens de overstromingen, ofwel hadden ze er vroeger nog geen en is het nu een goed moment om zich te laten registreren en later hun rechten te kunnen laten gelden. Er zijn twee leerkrachten die opgeleid zijn voor noodsituaties en weten hoe ze moeten omgaan met getraumatiseerde kinderen. Er is een gezondheidsmedewerker die voor bijkomende vaccinaties zorgt en, indien nodig, een dokter laat komen. Er is een psycholoog en een veiligheidsagent."
Mbilal, 10, toekomstig generaal !
Een kleine open tent is de school. De kinderen komen er lachend samen. Gedurende twee uur luisteren en herhalen ze, ze zijn blij als ze een taak krijgen voor de volgende dag. Voor sommigen is dit de eerste keer. In de namiddag komen ze terug voor twee uur, deze keer om te spelen. Daarna probeert de psycholoog de meesten onder hen even te ontmoeten. Ze doet hen praten, hun verhaal vertellen, hun angsten uitspreken. Daarna identificeert ze het trauma zodat ze het kan uitleggen aan de leerkrachten die de hele tijd bij de kinderen zijn.
Mohammed Mbilal is 10 en droomt ervan generaal te worden. " Want het leger heeft de mensen gered van de overstromingen." Maar hem niet, en zijn familie ook niet. "Er is iemand gekomen om ons te waarschuwen, maar daarna hebben we niemand meer gezien. Het was nacht, mijn vader heeft geroepen, ik heb het lawaai van het water gehoord en daarna gezien hoe het water ons huis binnendrong. Het kwam tot daar!" Hij toont zijn nek. "We waren met 50 in het huis. Mijn gezin, mijn ouders, twee zussen, twee broers en ik, de oudste. Maar ook neven en nichten, nonkels en tantes, grootouders. We wonen allemaal samen. Eerst gingen we van huis tot huis, maar het water haalde ons steeds in. Toen zijn we verder weg getrokken met de auto die mijn vader had gehuurd. Die heeft heel de tijd heen en weer gereden om iedereen in veiligheid te brengen."
Mbilal woont nu drie weken in dit kamp en hij denkt dat hij er nog een tiental dagen zal blijven. Hij denkt dat hij terug naar zijn dorp kan, maar hij weet nog niet dat als het water nog niet is weggetrokken, hij naar een ander kamp zal moeten vertrekken, want het college opent opnieuw en ze zullen deze plek moeten verlaten. Hij vindt de school geweldig. "Ik ging vroeger ook al naar school, ik was de eerste van de klas. Ik lees heel graag en als ik iets had kunnen meenemen toen we uit ons huis moesten vluchten, had ik mijn schoolboeken genomen." De meeste handboeken worden door de autoriteiten uitgereikt en het lijkt ondenkbaar dat een of andere mecenas zal opduiken die voor een heruitgave zal zorgen. Hij doet ook graag aan sport. "Ik speel enkel cricket, andere spelletjes interesseren me niet. Ik was graag cricketkampioen geworden, maar nu wil ik officier worden. Liefst van al generaal." En hij heeft de psycholoog al enkele keren gezien. "Ik zie de hele tijd mijn huis verdwijnen onder het water. Of ik ween? (hij schaamt zich) Ja, ik heb geweend toen het huis verdween. Maar nu gaat het beter. Mijn kleinere broers en zusjes wenen nog altijd en hebben nachtmerries, maar ik niet, dat is voorbij."
De glimlach van Mbilal is echt. Voor hem is dit een beetje vakantie. "Ik heb hier vriendjes gemaakt, ik heb plaats om cricket te spelen en het eten is hier veel beter dan thuis." Het is nochtans zijn mama die het eten klaarmaakt, net als vroeger. Maar hier krijgt hij drie keer per dag eten. In het dorp maar twee keer. "'s Morgens krijgt hij thee en brood. 's Middags kip. En 's avonds, groenten en vaak ook schapenvlees. Dat is een maaltijd meer dan thuis, het is lekkerder en er is meer!" En in het kamp is er ook 15 liter water per dag per persoon. Het is de eerste keer dat het quotum dat is vastgelegd door de gezondheidsdiensten wordt gehaald. In de provincie Sindh bevestigt Handicap International ons dat ze er enkele dagen geleden amper in slaagden om 6 liter water te bezorgen aan de vluchtelingen in de kampen, laat staan aan de mensen die nog altijd onderweg zijn.
Wanneer hij ons de tent toont waar hij nu drie weken met zijn familie woont, verdwijnt de glimlach van Mbilal. Zijn kleine zusje huilt en zijn mama zit er niet veel gelukkiger uit. En dus voegt hij er vlug aan toe: "Het eten is hier beter, maar ik wil toch terug naar huis. Naar het dorp dus. Want ik heb geen huis meer." En hij loopt terug naar zijn nieuwe vriendjes in de tent voor de kinderen. De 'Friendly Space'-ruimte daar, stelt hem op zijn gemak. Bij de leerkrachten. En bij de psycholoog. Die zich misschien ook wel met de ouders zou moeten bezighouden.
"De noodtoestand zal een jaar duren."
In het hoofdkwartier van Unicef, in Multan, een bureau dat de eerste dagen geopend werd om zo dicht mogelijk bij de slachtoffers te zijn, bevestigt Ketsamay Rajphangthong, Field Chief Officer voor Punjab, dat de situatie in dit kamp de uitzondering is en dat de omvang van de ramp iedereen in snelheid heeft gepakt, ook al doet iedereen zijn uiterste best. "Teveel mensen zijn getroffen. Hun dorpen zijn verwoest, ze zijn beter af in de kampen, maar ze willen naar huis. En ze hebben absoluut hulp nodig om hun leven weer op de rails te zetten. Hier, in de provincie Punjab, zouden we al in de post-crisisfase moeten zitten, we zouden bezig moeten zijn met de heropbouw. Maar het blijft hier noodtoestand. Er leven nog altijd zoveel mensen op straat en in tenten. En die noodtoestand zal een jaar duren. Dat is gigantisch."
Tijdens ons gesprek, ontvangt Ketsamay de laatste berichten op zijn gsm. "De dingen komen in beweging, het geld arriveert. We voelen het verschil na het bezoek van verschillende buitenlandse organisaties. Je moet er plaatse komen om echt te beseffen hoe groot de ramp is. Het is goed dat je gekomen bent."
Wanneer ik in Islamabad het vliegtuig neem om terug naar België te keren, vraag ik mij af wat de media bij ons doen. Het lijkt er enkel over het de pedofiele priesters te gaan. Een drama voor honderden Belgen. Dat begrijp ik best. Maar het water in het meer van Manchar blijft stijgen...
"Wanneer er geen ramp is, bereiden we de volgende voor..."
Beatrice Demol, woensdag 15 september 2010 22:30We verlaten Sindh in volle drukte. Een nieuw alarm zaait paniek. Het meer Manchar, in het noorden van de provincie, het grootste van het land, dreigt buiten zijn oevers te treden en de regios Dadu en Jamshoron die al grotendeels getroffen waren, bereiden zich voor op een snelle evacuatie. Het leger en de vissers van het PFF (Pakistan Fischerfolk Forum, de partner van Oxfam) zijn al ter plaatse met hun boten en vrijwillige vissers. Honderdduizenden mensen riskeren dakloos te worden bovenop de bijna 7 miljoen die er alleen in deze provincie al waren. Terwijl de spanning weer stijgt in het zuiden, gaan wij verder naar het noorden, naar Penjab, om de eerste mensen te begeleiden bij hun terugkeer naar de dorpen, zes weken na de overstromingen die vooral de regio Multan getroffen hebben.
Het verschil tussen de steden Karachi en Multan (respectievelijk onze twee basisplaatsen voor Sindh en Penjab) is enorm. De eerste, economische hoofdstad van het land, is ook de meest moderne stad en zonder twijfel deze die meest openstaat naar de wereld, met haar internationale haven. Ondanks de toegenomen veiligheidsmaatregelen, voel je dat de metropool van 14 miljoen inwoners davert op haar grondvesten. In Multan, een meer traditionele stad, vertaalt de authenticiteit zich in stof en kebab op de stoep. En we worden met gefascineerde blikken bekeken. Op het platteland word je nochtans altijd op dezelfde manier verwelkomd. De vrouwen komen heel snel rondom mij te staan, we gaan op de grond zitten of op geweven bedden en ze praten. Veel. Khalid Said, programmamanager van de Doaba Foundation, plaatselijke partner van verschillende organisaties waaronder Oxfam en Unicef, heeft deze verhalen al duizend keer gehoord. Deze verhalen waarin angst en troosteloosheid domineren, deze klachten die hetzelfde lijden uitdrukken. "Vertel ons verhaal aan iedereen. Zeg hen dat ik twee uur voordat het water kwam, bevallen ben en dat ik ben moeten vluchten met mijn 5 kinderen. We zijn een week onderweg geweest, in de regen." legt Hafeezan Bibi uit. "Mijn kleintje kreeg koorts en een ooginfectie. Kan jouw regering onze boodschappen overbrengen aan onze regering? Zodat we geholpen worden en naar huis terug kunnen keren om alles terug op te bouwen?"
"Wanneer er geen ramp is, bereiden we de volgende voor..."
Het kamp van Nadeem Chowk, in de regio Muzaffargarh, is een maand geleden geopend en de organisatie is er duidelijk voelbaar. Er passeert regelmatig een dokter ook al is dat nog niet voldoende, de tanks met drinkbaar water worden regelmatig aangevuld, gescheiden toiletten voor mannen en voor vrouwen geven een totaal andere uitstraling aan de plaats, die door sommigen al verward werd met een zigeunerkamp - die trouwens ook profiteren van deze verwarring om geholpen te worden. De grootste schade voor Penjab werd hier, in de regio Muzaffargarh opgetekend, waar 70% van de bevolking dakloos is geworden. Dit cijfer had nog hoger kunnen zijn indien verenigingen zoals Doaba - een van oorsprong Perzische naam die "het land tussen twee wateren" betekent, in dit geval de Indus en de Chenab - niet voordurend preventief tewerk waren gegaan tegen de risico's die verbonden zijn aan natuurrampen. "We bevinden ons in een zone die regelmatig getroffen wordt door overstromingen en we moeten hiermee rekening houden tijdens ons dagelijks ontwikkelingswerk. Daardoor konden we honderden dorpen redden nog vr de komst van het water. En ook snel een antwoord bieden op de hoogste noden - water- en voedselverdeling, overlevingsmateriaal, hyginekits, gezondheidszorg, kinderopvang indien mogelijk. Vervolgens beginnen we met de revalidatiefase die in dit geval jaren zal duren. Daarna bereiden we de bevolking voor op de volgende ramp. Dat kan eventueel droogte zijn... Het is een vicieuze cirkel: wanneer er geen ramp is, bereiden we de volgende voor."
Penjab is de graanschuur van Pakistan en de reserves zijn allemaal op. Overal zijn de velden nog overstroomd, de suikerrietplanten doorweekt en onbruikbaar, plantages van graan en katoen verwoest. Men heeft het voorlopig over meer dan een miljoen driehonderdduizend hectare vernietigde plantages en heel de economie van het land ligt aan de afgrond. De oogst voor de twee volgende seizoenen is verloren. Gevolg: twee jaar voedselcrisis. Enkel de rijst ontsnapt aan de ramp. Op het terrein heerst verlatenheid. In de kranten hebben experts uit de hele wereld het over het failliet van het land als er niet meer internationale hulp komt en vooral als deze op afstand blijft. Want behalve de landbouw moet de volledige infrastructuur heropgebouwd worden. De wegen zijn trouwens nog altijd verwoest en soms moet je uit de auto stappen en te voet verdergaan om de dorpen te bereiken die al opnieuw gentegreerd zijn. Op sommige plaatsen zie je al nieuwe kleine bakstenen constructies. Bakstenen zie je overal. Opgestapeld voor de ingestorte gebouwen. In vrachtwagens. Op karretjes. De fabrieken draaien op volle toeren. Investeerders hebben hun kans al geroken.
Vandaag 45, binnen twee maanden 5. Zonder dak of kleren.
In het dorp Hammza Wali, in de Union Council van Mahmmood Koz, regio Muzzfargahr (Pakistan bestaat uit een ongelooflijk geheel van onderverdelingen wat in geval van een ramp met dergelijke omvang verschillende hulpbronnen oplevert, maar een onmisbaar strategisch beheer afremt) werden al enkele bakstenen op elkaar geplaatst voor de runes van de huizen. Het lijkt erop dat ze een selectieve sortering van materiaal willen maken, maar het geheel lijkt veeleer op een stortplaats. Het is vrijwel onmogelijk om het vernielde materiaal opnieuw te gebruiken, zelfs de metalen balken, als die er al zijn, zijn geplooid. De duizend inwoners zijn nog altijd getraumatiseerd door de nacht van 3 augustus. "Niemand heeft ons gewaarschuwd. 's Avonds hoorden we het geluid van het water. Sommigen zijn toen al gevlucht. Daar hebben ze goed aan gedaan. De anderen hebben gewacht tot de nacht kwam en toen is het water heel snel het hele dorp binnengestroomd, tot meer dan 2m hoog. Drie mensen zijn verdronken en er waren veel gewonden. Iedereen liep in alle richtingen, te voet, met de fiets, op karren, op ezels, en de gelukzakken konden vluchten in een vrachtwagen."
Ze zijn gevlucht naar vrienden, in dorpen die gespaard werden, naar gebouwen die ter beschikking werden gesteld door de regering. Sommigen ook naar de kampen. Ze zijn twee dagen geleden teruggekeerd en sommigen logeren nog altijd voor de runes van hun huis. Niets is blijven staan. Ze praten allemaal tegelijkertijd. Ze hebben nog bloem voor twee dagen en twee koeien. "Oxfam en Doaba hebben ons voedsel gegeven, een tent en een kleine waterpomp zodat we water hebben dat niet vervuild is, maar ook niet drinkbaar. We hebben niks om het te koken, en verschillende mensen zijn al ziek. Er zijn veel gevallen van diarree. De dokter komt niet want we wonen te ver en de wegen zijn vernield. We hebben nog zakjes ORS (oraal hydratatiemiddel) maar die bewaren we voor de kinderen. Niemand komt naar ons kijken want we wonen te ver. We hebben niks voor de heropbouw, het irrigatiesysteem voor onze velden is vernield en we moeten niks verwachten van de twee volgende oogsten. De winter komt eraan en we hebben geen kleren meer." Vandaag is het 45 en ik maak mezelf wijs dat de winter niet zo erg zal zijn. Helemaal fout. Binnen twee maanden zal het amper 5 zijn, en het zal sneeuwen in de bergen in het noorden...
Ik heb al tientallen telefoontjes gepleegd om mijn koffer terug te krijgen die ik twee dagen geleden op een of andere luchthaven verloren ben, en ik schaam me hiervoor.
De auteur
Naam: Béatrice Demol
Consortium 1212
